door Jenny Mae Vansteenlandt
Importeer je staal, aluminium of andere goederen van buiten de EU? Dan heb je waarschijnlijk al gehoord van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM). In dit artikel beantwoorden we enkele veelgestelde vragen en leggen we de misvattingen bloot die we vandaag in de praktijk zien. Want hoewel CBAM op papier helder lijkt, merken we dat veel ondernemingen het te technisch, te beperkt of simpelweg te laat benaderen.
Wie jaarlijks meer dan 50 ton CBAM-goederen in de EU importeert, zoals opgenomen in bijlage I van Verordening (EU) 2023/956, is in veel gevallen CBAM-plichtig. Voor elektriciteit en waterstof geldt geen drempelwaarde.
Dat betekent concreet dat je moet rapporteren welke volumes je invoert, welke CO₂-emissies daarmee gepaard gaan en uit welke productiefaciliteiten buiten de EU de goederen afkomstig zijn.
Vanaf 2027 komt daar ook een financiële component bij, in de vorm van CBAM-certificaten.
Wat vaak onderschat wordt, is dat CBAM niet stopt bij rapportering. Het vraagt ook voorbereiding op strategisch, operationeel en financieel niveau.
Sinds CBAM structureel deel uitmaakt van douanecontroles, zien we een duidelijke evolutie. Importeurs worden vaker geconfronteerd met vertragingen, bijkomende controles en discussies over verantwoordelijkheden.
In veel gevallen komen kosten of verplichtingen pas aan het licht wanneer het te laat is om nog bij te sturen. Dat maakt CBAM niet alleen een compliance-oefening, maar ook een risico dat je best proactief beheert.
Daarbij komt dat CBAM verschillende domeinen raakt binnen je organisatie: van aankoop en logistiek tot finance en legal. Zonder duidelijke afstemming ontstaat al snel een versnipperde aanpak.
Een scenario dat we vandaag regelmatig zien: goederen worden tijdelijk geblokkeerd omdat de CN-code op de CBAM-lijst staat, maar de aangifte onvoldoende informatie bevat.
De douane kan op dat moment niet inschatten of een vrijstelling van toepassing is of niet. Het gevolg is vertraging, bijkomende vragen en in sommige gevallen zelfs blokkering van de goederenstroom.
De kernvraag is dus niet alleen of je product onder CBAM valt, maar ook of je op het moment van invoer kan aantonen waarom dat wel of niet zo is.
Op het eerste gezicht lijkt dit een eenvoudige ja/nee-vraag, maar in de praktijk zit er meer nuance achter. Het begint bij een correcte classificatie van je goederen en een goed zicht op je totale invoer.
Zijn de gebruikte CN‑codes correct gecodeerd en opgenomen in de CBAM‑lijst?
Worden goederen in vrije circulatie gebracht binnen de EU?
Wordt de drempel van 50 ton benaderd of overschreden en hoe stabiel zijn die volumes?
Gaat het om uitzonderingen zoals transit, tijdelijke invoer of terugkerende goederen?
Een correcte inschatting vergt meer dan één datapunt en vraagt vaak een blik op het volledige kalenderjaar én de organisatorische context.
Een van de meest voorkomende misvattingen is dat CBAM niet van toepassing is zolang je onder de 50 ton blijft. In realiteit zien we dat:
volumes per type product worden bekeken in plaats van per importerende entiteit;
uitzonderlijke of late leveringen worden onderschat;
de drempel pas laat in het jaar wordt overschreden, met impact vanaf 1 januari.
Daarom is de relevante vraag niet of je vandaag onder de drempel zit, maar hoe groot de kans is dat je die drempel dit jaar overschrijdt. Vanaf een bepaald volume (30 à 40 ton) wordt afwachten geen neutrale keuze meer.
Leveringsvoorwaarden zoals DDP (Delivered Duty Paid) geven vaak een gevoel van zekerheid, maar in de context van CBAM is dat niet altijd terecht.
Hoewel de niet-EU leverancier verantwoordelijk is voor de invoerformaliteiten, kan die in de praktijk geen CBAM-aangifte indienen. Dat zorgt voor spanningen en onduidelijkheid over wie welke verplichtingen draagt.
Hier wordt duidelijk dat CBAM verder gaat dan logistiek. Het raakt ook aan contracten, aansprakelijkheid en informatiestromen binnen de keten.
Voor ondernemingen die onder CBAM vallen, stopt het verhaal niet bij registratie. De echte uitdaging zit in de organisatie. Wie bewaakt volumes en CN‑codes? Wie onderhoudt het contact met leveranciers? En wie vertaalt emissiegegevens naar financiële impact?
CBAM vraagt dat verschillende afdelingen samenwerken en dat er duidelijke verantwoordelijkheden worden vastgelegd. Zonder die structuur wordt het al snel een reactief proces, waarbij informatie ontbreekt of te laat beschikbaar is.
Veel bedrijven starten met standaardwaarden omdat die eenvoudiger zijn. Wat minder zichtbaar is, is dat deze waarden vaak hoger liggen en bovendien in de toekomst stijgen.
Dat kan een directe impact hebben op de uiteindelijke kost. Het gebruik van werkelijke emissiedata biedt dus potentieel voordeel, maar vraagt tegelijk meer inspanning op vlak van: complexiteit van emissiedata opvragen, verificatie door erkende partijen, timing en contractuele afdwingbaarheid.
Hier wordt CBAM plots een strategisch vraagstuk: hoe werk je samen met je leveranciers en hoe leg je afspraken vast?
Vandaag klopt die redenering in bepaalde gevallen, maar dat beeld zal veranderen. Vanaf 2028 wordt het toepassingsgebied van CBAM uitgebreid en verschuift de focus van primaire materialen naar meer complexe producten.
Dit vergroot de afhankelijkheid van meerdere schakels in de keten en het risico op inconsistente of onvolledige informatie.
CBAM-boetes zijn meer dan een financiële sanctie. Ze worden geregistreerd en gedeeld met Europese instanties, waardoor niet-naleving ook op langere termijn gevolgen heeft.
Dat maakt het geen eenmalige afweging, maar een structureel risico dat invloed kan hebben op toekomstige controles en je reputatie.
Bij internationale groepen met entiteiten binnen en buiten de EU wordt CBAM vaak nog complexer. De verplichtingen liggen bij de entiteit die de invoer in de EU doet, ongeacht waar de informatie vandaan komt.
Dat betekent dat deze entiteit eindverantwoordelijk blijft, ook wanneer ze afhankelijk is van andere groepsvennootschappen of externe productiefaciliteiten.
CBAM is geen klassieke rapporteringsverplichting. Het raakt aan de kern van hoe je onderneming importeert, samenwerkt met leveranciers en kosten beheert.
Wat we in de praktijk zien, is dat organisaties die tijdig stilstaan bij de juiste vragen:
meer grip krijgen op hun invoerstromen,
verrassingen bij douanecontroles vermijden,
en beter onderbouwde keuzes kunnen maken richting leveranciers en interne stakeholders.
CBAM hoeft dan ook geen loutere verplichting te zijn, maar kan uitgroeien tot een beheersbaar en voorspelbaar proces, mits een doordachte aanpak.
Of je nu net start, tegen de drempel aanzit of al zeker CBAM‑plichtig bent: een korte reflectie vandaag kan veel onzekerheid in de toekomst vermijden. Onze experten bekijken graag samen met jou waar de risico’s én opportuniteiten liggen.
Om dit formulier te kunnen versturen moet u het gebruik van technische cookies aanvaarden. Dat kan u hier aanpassen.
Deze cookies worden gebruikt om onderscheid te maken tussen mensen en bots. Bepaalde gegevens, zoals uw IP adres of taal, kunnen hierbij doorgestuurd worden naar Google. Meer info vindt u in onze cookieverklaring.
Jenny Mae Vansteenlandt
Senior Advisor Sustainability jennymae.vansteenlandt@vdl.be
Disclaimer
Bij onze adviezen baseren wij ons op de huidige wetgeving, interpretaties en rechtsleer. Dit verhindert niet dat de administratie deze kan betwisten of dat bestaande interpretaties kunnen wijzigen.
Lees onze laatste inzichten en nieuwsberichten om op de hoogte te blijven van veranderingen in jouw sector.