Tax
30 december 2025

DBI-fondsen en private privaks: hou rekening met minimumbezoldiging

door Dries Torreele en Julie Vantomme

Veel vennootschappen investeren in kwalificerende DBI-beveks om fiscaal efficiënt te beleggen. De DBI-aftrek kan immers toegepast worden op de uitgekeerde dividenden, zonder aan de klassieke voorwaarden te moeten voldoen. De facto wordt de ontvangende vennootschap dus niet belast op het ontvangen dividend. Maar vanaf aanslagjaar 2026 verandert het fiscale speelveld. Een nieuwe voorwaarde maakt de minimumbezoldiging van een bestuurder-natuurlijk persoon plots cruciaal.

Waarom zijn DBI-fondsen fiscaal interessant?

DBI-fondsen zijn wettelijk verplicht om jaarlijks 90% van de netto-inkomsten uit te keren als dividend. Op die uitkering wordt 30% roerende voorheffing ingehouden door het fonds, en wordt dus 70% doorgestort naar de investerende vennootschap.

De ingehouden roerende voorheffing kan echter gezien worden als een voorfinanciering, want deze kan finaal verrekend worden met de verschuldigde vennootschapsbelasting. Is het saldo positief, dan wordt het verschil zelfs terugbetaald.

Extra voorwaarde: minimumbezoldiging

Wat eerder aangekondigd werd na voorgaande akkoorden binnen de regering, is nu ook goedgekeurd in het parlement. De verrekening van de ingehouden roerende voorheffing met de vennootschapsbelasting is voortaan afhankelijk van een minimumbezoldiging.

Concreet moet de vennootschap aan minstens één bestuurder-natuurlijk persoon:

  • óf 45.000 euro bezoldiging toekennen

  • óf minstens 50% van het belastbaar resultaat (vóór aftrek van die bezoldiging).

Vanaf wanneer geldt deze extra voorwaarde?

De bijkomende voorwaarde is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026 (en dus voor alle boekjaren die afsluiten op of na 31/12/2025).

Vennootschappen die niet voldoen aan deze minimumbezoldiging kunnen de roerende voorheffing niet meer verrekenen en zien die inhouding dus uitmonden in een effectieve belastingverhoging van 30% op alle ontvangen dividenden.

Niet alleen DBI-fondsen

Deze nieuwe voorwaarde geldt ruimer dan alleen DBI-beveks. Ze is ook van toepassing op dividenden afkomstig uit:

  • private privaks

  • GVV’s (gereglementeerde vastgoedvennootschappen)

  • GVBF’s (gespecialiseerde vastgoedbeleggingsfondsen)

Voor vennootschappen die actief beleggen, is het sterk aan te raden om na te gaan of de minimumbezoldiging effectief wordt gehaald (inclusief voordelen van alle aard) en waar nodig tijdig bij te sturen.

Tip:
Indien je niet voldoet (of niet kan voldoen) aan de minimumbezoldiging, kan de extra fiscale druk soms beperkt worden door de DBI-aftrek niet toe te passen.

Onze fiscale experts adviseren je graag omtrent jouw specifieke situatie.

Contactformulier

Wil je graag meer weten of heb je nood aan gespecialiseerd advies? Neem contact op met een van onze specialisten.

Om dit formulier te kunnen versturen moet u het gebruik van technische cookies aanvaarden. Dat kan u hier aanpassen.
Deze cookies worden gebruikt om onderscheid te maken tussen mensen en bots. Bepaalde gegevens, zoals uw IP adres of taal, kunnen hierbij doorgestuurd worden naar Google. Meer info vindt u in onze cookieverklaring.

Deel dit artikel

Dries Torreele

Senior Manager Tax | Certified Tax Advisor dries.torreele@vdl.be

Julie Vantomme

Disclaimer
Bij onze adviezen baseren wij ons op de huidige wetgeving, interpretaties en rechtsleer. Dit verhindert niet dat de administratie deze kan betwisten of dat bestaande interpretaties kunnen wijzigen.


Nieuws en inzichten

Lees onze laatste inzichten en nieuwsberichten om op de hoogte te blijven van veranderingen in jouw sector.