door Yonah De Waegeneer en Julie Vantomme
Na talrijke debatten en uitstel heeft de Kamer de nieuwe Programmawet definitief goedgekeurd. De wet werd op 1 juni 2026 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en bevat verschillende fiscale maatregelen die een directe impact hebben op ondernemers en aandeelhouders. Een van de meest ingrijpende wijzigingen betreft de verhoging van de roerende voorheffing op zowel VVPRbis-dividenden als liquidatiereserves.
Tot vandaag kunnen kleine vennootschappen dividenden uitkeren onder het VVPRbis-regime tegen een verlaagd tarief van 15% roerende voorheffing, op voorwaarde dat de uitkering gebeurt vanaf het derde boekjaar na de inbreng.
Vanaf 1 juli 2026 stijgt dit tarief naar 18%.
Dividenden die uiterlijk op 30 juni 2026 worden uitgekeerd of betaalbaar gesteld, blijven genieten van het tarief van 15%.
Dividenden die vanaf 1 juli 2026 worden uitgekeerd of betaalbaar gesteld, zijn onderworpen aan een tarief van 18%.
TIP! Kleine vennootschappen die nog van het gunstiger tarief van 15% willen profiteren, kunnen overwegen om vóór 1 juli 2026 een interim- of tussentijds dividend uit te keren. Bespreek dit tijdig met jouw accountant.
Ook voor liquidatiereserves voert de wetgever een verhoging van de roerende voorheffing door. Het huidige tarief van 6,5% voor uitkeringen na een wachttermijn van drie jaar stijgt naar 9,8%. We geven hieronder een overzicht van de correcte tarieven inzake de roerende voorheffing.
20% RV voor dividenden toegekend vóór een wachttermijn van 3 jaar
6,5% RV voor dividenden toegekend na een wachttermijn van 3 jaar, maar minder dan 5 jaar
5% RV voor dividenden toegekend na een wachttermijn van 5 jaar
30% RV voor dividenden toegekend vóór een wachttermijn van 3 jaar
9,8% RV voor dividenden toegekend na een wachttermijn van 3 jaar (dit tarief was voorheen 6,5%)
De wetgever wil ook constructies tegengaan waarbij ondernemers of bedrijfsleiders hun vennootschap laten vereffenen om liquidatiereserves fiscaal voordelig uit te keren en vervolgens dezelfde activiteiten opnieuw opstarten via een nieuwe vennootschap.
Daarom wordt een specifieke antimisbruikbepaling ingevoerd.
In dergelijke situaties kunnen de ontvangen dividenden alsnog belast worden als roerend inkomen in de personenbelasting.
De bedrijfsleider moet de ontvangen liquidatiereserves zelf aangeven in de daarvoor voorziene codes van de aangifte personenbelasting, afhankelijk van het toepasselijke tarief van roerende voorheffing (30%, 20%, 9,8%, 6,5% of 5%).
De regeling is niet van toepassing wanneer:
de activiteit pas na een periode van minstens drie jaar wordt hervat; of
de belastingplichtige kan aantonen dat de verrichte handeling economisch verantwoord is en niet gericht is op het verkrijgen van een fiscaal voordeel.
Om dit formulier te kunnen versturen moet u het gebruik van technische cookies aanvaarden. Dat kan u hier aanpassen.
Deze cookies worden gebruikt om onderscheid te maken tussen mensen en bots. Bepaalde gegevens, zoals uw IP adres of taal, kunnen hierbij doorgestuurd worden naar Google. Meer info vindt u in onze cookieverklaring.
Yonah De Waegeneer
Advisor Tax yonah.dewaegeneer@vdl.be
Julie Vantomme
Manager Tax julie.vantomme@vdl.be
Disclaimer
Bij onze adviezen baseren wij ons op de huidige wetgeving, interpretaties en rechtsleer. Dit verhindert niet dat de administratie deze kan betwisten of dat bestaande interpretaties kunnen wijzigen.
Lees onze laatste inzichten en nieuwsberichten om op de hoogte te blijven van veranderingen in jouw sector.