Tax
03 januari 2024

Hervorming van de patrimoniumtaks

door Dries Torreele en Seppe Van Looy

Op 28 december werd een wetsontwerp met diverse fiscale bepalingen aangenomen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. De uitbreiding van de belastbare grondslag en de modernisering van het tarief van de patrimoniumtaks springen in het oog.

Oude patrimoniumtaks

De patrimoniumtaks is een taks tot vergoeding van de successierechten die in het geval van een rechtspersoon niet geheven kunnen worden. De taks is naast vzw’s ook van toepassing op private stichtingen en internationale vzw’s.

Jaarlijks is de taks verschuldigd op het geheel van de bezittingen (roerende, onroerende, lichamelijke en onlichamelijke goederen) die zij in eigendom hebben op 1 januari van het aanslagjaar, zowel binnen als buiten België, sommige goederen en rechten uitgezonderd (bijvoorbeeld in het buitenland gelegen onroerende goederen), zonder aftrek van schulden of lasten, met uitzondering van enkele posten.

De vzw’s, private stichtingen en internationale vzw’s waarvan het geheel van de bezittingen een waarde heeft die 25.000 EUR niet overschrijdt, zijn niet aan de taks onderworpen.

Het tarief waartegen de taks wordt berekend, is bepaald op 0,17 %.

Wijzigingen vanaf 2024

1. Tarief

 Een progressief tarief wordt ingevoerd, zoals dat ook in de successierechten bestaat, waarbij volgende tarieven vooropgesteld worden:

  • op de schijf van 50.000,01 tot 250.000 EUR: 0,15 %;

  • op de schijf van 250.000,01 tot 500.000 EUR: 0,30 %;

  • boven 500.000 EUR: 0,45 %.

De vrijstelling van de taks wanneer het belastbaar vermogen van de betrokken rechtspersoon 25.000 EUR niet te boven gaat wordt vervangen door een voetvrijstelling van 50.000 EUR. Op de eerste schijf van 50.000 EUR wordt de taks met andere woorden niet geheven.

2. Neutralisering voor een aantal sectoren

De impact van het nieuwe tarief wordt geneutraliseerd voor een aantal sectoren. Zo worden de bezittingen van instellingen die voor meer dan de helft van hun omzet handelingen verrichten in de zorgsector tot beloop van 62,3 % van hun waarde niet opgenomen in de belastbare grondslag. Doordat hun bezittingen aldus voor slechts 37,7% van hun waarde opgenomen worden in de belastbare grondslag, blijft de belastingdruk voor hen gelijk aan 0,17% (0,45% van 37,7% = 0,17%). Dezelfde neutralisatie gebeurt bij:

  • Exploitanten van sportinrichtingen

  • Onderwijsinstellingen

  • Instellingen voor organisatie van toneel-, ballet-, of filmvoorstellingen, concerten of conferenties (cultuur)

  • Maatwerkbedrijven

  • Medische huizen,

  • Dierenasielen

  • Centra voor erkende private archieven.

Deze uitbreidingen gelden bovendien ook voor bepaalde patrimoniumvzw’s: “een belastingplichtige waarvan minstens 75 percent van het patrimonium wordt aangewend voor de werking van kwalificerende instellingen.”

3. Buitenlandse onroerende goederen

De bepaling die de in het buitenland gelegen onroerende goederen uitdrukkelijk uitsluit van de patrimoniumtaks wordt geschrapt.

Tevens wordt een verrekeningsmechanisme ingevoerd om eventuele dubbele belasting te vermijden op buitenlands gelegen goederen wanneer daarop in het buitenland een belasting gelijkaardig aan de patrimoniumtaks wordt geheven.

4.  Antimisbruikbepaling

De bewoordingen van de verwijzingsbepaling worden aangepast om iedere mogelijke twijfel weg te nemen omtrent de toepasselijkheid van de algemene antimisbruikbepaling in het kader van de patrimoniumtaks.

Volgens de memorie van toelichting kan de antimisbruikbepaling zo in voorkomend geval zonder discussie door de fiscale administratie worden ingeroepen bij bijvoorbeeld de splitsing van een vzw, private stichting of internationale vzw, wanneer er niet kan worden aangetoond dat daarvoor enige wezenlijke niet fiscale reden bestaat.

5. Kwijting voor drie jaar

De mogelijkheid om in geval de jaarlijkse taks geen 500 EUR overschrijdt in hoofde van een vzw, private stichting of internationale vzw om de voor drie achtereenvolgende jaren verschuldigde taks ineens te kwijten wordt geschrapt.

Lees verder onder de afbeelding.

Berekening patrimoniumtaks

6. Inwerkingtreding

De wijzigingen gaan in vanaf 1 januari 2024. Voor de berekening van de taks wordt rekening gehouden met de bezittingen op 1 januari van het aanslagjaar. Concreet heeft dit tot gevolg dat voormelde wijzigingen al van toepassingen zouden zijn voor de aangiftes die moeten worden ingediend tegen 31 maart 2024. In de loop van de maand februari wordt meestal een uitnodiging ontvangen om aangifte te doen.

Verwachte toename van het aantal controles

Rekening houdend met het feit dat de memorie van toelichting uitdrukkelijk stelt dat de federale regering de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (‘AAPD’) ertoe wil aanzetten om met betrekking tot de patrimoniumtaks de controles aanzienlijk te verhogen, wordt het nog belangrijker dan in het verleden om aan de nodige verplichtingen te voldoen teneinde administratieve boetes en interesten te vermijden.

Contactformulier

Wil je graag meer weten of heb je nood aan gespecialiseerd advies? Neem contact op met een van onze specialisten.

Om dit formulier te kunnen versturen moet u het gebruik van technische cookies aanvaarden. Dat kan u hier aanpassen.
Deze cookies worden gebruikt om onderscheid te maken tussen mensen en bots. Bepaalde gegevens, zoals uw IP adres of taal, kunnen hierbij doorgestuurd worden naar Google. Meer info vindt u in onze cookieverklaring.