/

/

wijzigingen inzake dbi-aftrek en vrijstelling roerende voorheffing voor dividenden

10 januari 2017

door Sven Loosvelt

Wijzigingen inzake DBI-aftrek en vrijstelling roerende voorheffing voor dividenden

Wijzigingen inzake DBI-aftrek en vrijstelling roerende voorheffing voor dividenden
Met de wet "houdende fiscale bepalingen" van 1 december 2016 (BS 8 december 2016) werden twee nieuwe bepalingen ingevoerd inzake de regeling van de DBI-aftrek en de RV-vrijstelling voor dividenden. Er werd een anti-hybride bepaling en een algemene antimisbruikbepaling ingevoerd. Beide maatregelen zijn het gevolg van aanpassingen van de moeder-dochterrichtlijn (Richtlijn 2014/86/EU van 8 juli 2014 en Richtlijn 2015/121 van 27 januari 2015) en moeten fiscaal misbruik en belastingontwijking tegengaan.

Anti-hybridebepaling


Naar aanleiding van de aanpassing van de moeder-dochterrichtlijn, mag een moedervennootschap geen belastingvrijstelling meer krijgen voor een ontvangen dividend wanneer het dividend aftrekbaar is bij de uitkerende dochtervennootschap. Er werd een bijkomende uitsluiting van de DBI-aftrek toegevoegd in de wet voor dividenden die uitgekeerd zijn door "een vennootschap in de mate dat die deze inkomsten in aftrek heeft genomen of kan nemen van haar winst" (nieuw art. 203, §1, 6° WIB).

Concreet heeft dit in ons land vooral gevolgen voor de profit participating loans (PPL's) die Belgische vennootschappen aangaan bij een Luxemburgse of Nederlandse vennootschap. De vergoedingen voor dergelijke leningen worden in België beschouwd als aftrekbare interesten, terwijl dit bij de Luxemburgse of Nederlandse vennootschap wordt gekwalificeerd als een dividend, vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Voortaan mag Luxemburg of Nederland bijgevolg geen vrijstelling meer verlenen.

Antimisbruikbepaling


De RV-vrijstelling en de DBI-aftrek worden voortaan geweigerd als de dividenden verbonden zijn met "een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen waarvan de administratie, rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden, heeft aangetoond, tenzij bewijs van het tegendeel, dat deze handeling of dit geheel van handelingen kunstmatig is en is opgezet met als hoofddoel of een van de hoofddoelen de DBI-aftrek, de RV-vrijstelling of één van de voordelen van de moederdochterrichtlijn te verkrijgen" (nieuw art. 203, §1, 7° WIB en nieuw art. 266, lid 4 WIB). Deze nieuwe antimisbruikbepaling is in België ook van toepassing op uitkeringen tussen Belgische vennootschappen en in relaties met derde landen.

Inwerkingtreding


De wijzigingen inzake de DBI-aftrek zijn van toepassing op inkomsten verleend of toegekend vanaf 1 januari 2016. Inkomsten verleend of toegekend in een belastbaar tijdperk afgesloten vóór 1 januari 2017 vallen echter nog buiten het toepassingsgebied. De antimisbruikbepaling inzake de RV-vrijstelling is van toepassing op inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2017.

Deel dit artikel

Sven Loosvelt

Certified Tax Advisor sven.loosvelt@vdl.be

Disclaimer
Bij onze adviezen baseren wij ons op de huidige wetgeving, interpretaties en rechtsleer. Dit verhindert niet dat de administratie deze kan betwisten of dat bestaande interpretaties kunnen wijzigen.