/

/

richtlijn teruggave historische btw bij optionele verhuur met btw

Tax
24 januari 2019

door Dries Torreele

Richtlijn teruggave historische btw bij optionele verhuur met btw

Naar aanleiding van de recente wetswijziging is het mogelijk om vanaf 1 januari 2019 onder bepaalde voorwaarden te opteren om (nieuwe) gebouwen te verhuren met toepassing van btw. Deze optieheffing opent niet enkel het recht op aftrek van de btw opgelopen na 1 januari 2019, maar ook van de historische btw. De administratie publiceerde op 10 januari 2019 een richtlijn over de teruggave van deze historische btw, op haar website.

Richtlijn teruggave historische btw bij optionele verhuur met btw

De historische btw betreft de btw die opeisbaar geworden is voor 1 januari 2019, maar voor deze datum nog niet in aftrek genomen mocht worden. Deze btw mag nu, volgens de mededeling, in aftrek worden genomen in de aangifte met betrekking tot de eerste periode van 2019 (in te dienen voor 20 februari 2019 voor maandaangevers en voor 20 april 2019 voor kwartaalaangevers).

Meer specifiek betreft het de btw geheven over:

  • de werken in onroerende staat (materiële oprichtingswerken) die betrekking hebben op de gebouwen of gedeelten van gebouwen die kunnen genieten van het nieuwe regime, in de mate dat deze handelingen bijdragen tot de oprichting van deze (gedeelten van) gebouwen en waarvoor de btw ten vroegste opeisbaar is geworden vanaf 1 oktober 2018.

  • de intellectuele diensten die betrekking hebben op voornoemde (gedeelten van) gebouwen, zoals de diensten van architecten en landmeters, de veiligheidsexperts en de voorstudies. Ook indien de btw die hierop betrekking heeft opeisbaar geworden is vóór 1 oktober 2018.
  • de werken die betrekking hebben op de voorafgaandelijke afbraak van een gebouw met het doel om erna een gebouw te plaatsen zoals beschreven onder het 1ste punt. Ook indien de btw die hierop betrekking heeft opeisbaar is geworden vóór 1 oktober 2018.
  • de werken die betrekking hebben op de grond (sonderingswerken, saneringswerken, graafwerken, ondergrondse of bovengrondse stabiliseringswerken, …) waarop een gebouw zoals beschreven onder het 1ste punt zal worden gebouwd. Ook indien de btw die hierop betrekking heeft opeisbaar is geworden voor 1 oktober 2018

De uitoefening van het recht op aftrek van de historische btw gaat concreet als volgt:

Het bedrag van de historisch aftrekbare btw wordt verrekend met het bedrag van de verschuldigde btw zoals dit voortvloeit uit rooster 71 van de periodieke aangifte volgens de gewone regels. Als er na deze verrekening nog een bedrag van deze historische btw voor aftrek in aanmerking komt, wordt dit tegoed overgedragen naar de volgende aangifteperiodes en dit tot het bedrag volledig is toegerekend.

Het bedrag aan btw dat niet kan worden verrekend in de eerst elf maandaangiftes of de eerste drie kwartaalaangiftes van het jaar 2019, kan worden opgenomen in de maandaangifte van december 2019 of van het vierde kwartaal van het jaar 2019. Dit zal verder niet meer worden overgedragen.

Voor de uitoefening van de historische aftrek dient de belastingplichtige aan zijn bevoegde btw-controlekantoor een inventaris te bezorgen van de betrokken goederen en diensten waarvoor hij de btw in aftrek wil brengen.

Hebt u vragen omtrent de uitoefening van de historische btw-aftrek, aarzel dan niet contact op te nemen met een van onze specialisten via contact@vdl.be.