Kies uw taal:
Nieuws 5 februari 2016 Door Jan Dermaux en Jonathan Schuermans

Persoonlijke borgstelling bij WCO-procedure

Persoonlijke borgstelling bij WCO-procedure
Wanneer een procedure van gerechtelijke reorganisatie, beter gekend als WCO, wordt geopend, krijgt de betrokken schuldenaar van de rechtbank een periode van opschorting. Deze dient om de schuldenaar toe te laten herstelmaatregelen te nemen om de continuïteit van zijn onderneming te garanderen. Die opschorting geldt ook als bescherming tegen schuldeisers. Zo kan er onder meer geen enkele tenuitvoerlegging worden gestart of voortgezet. Maar geldt deze beschermingsperiode ook voor betrokken personen rondom de schuldenaar? Denken we bijvoorbeeld aan de partner (als medeschuldenaar) of aan een kosteloze borgsteller. We bekijken deze kwestie van naderbij.

Het antwoord op deze vraag is van groot belang. Schuldeisers kunnen namelijk beslag leggen op de goederen van de partner van de schuldenaar, om op die manier - via een omweg - de schuldenaar zelf te treffen. Door de wetswijziging van 27/05/2013 heeft de wetgevende macht gekozen voor een uitbreiding van de bescherming met de medeschuldenaars die krachtens de wet verbonden zijn voor de schulden van de schuldenaar (artikel 33 WCO). Hierbij gaat het specifiek om de echtgenoot, de ex-echtgenoot en de wettelijk samenwonende partner, indien de verklaring van wettelijke samenwoning langer dan 6 maanden voor het indienen van het WCO-verzoekschrift werd afgelegd. Voor (andere) medeschuldenaars en persoonlijke zekerheidsstellers geldt een andere regeling.

Door de borgstelling verbindt de borgsteller zich er toe de schuld van iemand anders te betalen. Daardoor gaat de borgsteller ook een belangrijke verbintenis aan. De borgsteller wordt namelijk persoonlijk in de plaats van de schuldenaar aangesproken wanneer deze laatste zijn eigen betalingen stopzet. Men kan dit verhalen op het eigen vermogen van de borgsteller. De borgsteller geeft op die manier de schuldeiser(s) een bijkomende waarborg dat de schuld terugbetaald zal worden.

Wat nu met een schuld in WCO-procedure waarvoor een derde zich borg heeft gesteld? De medeschuldenaars en borgstellers blijven gehouden tot betaling van de schulden (artikel 57 WCO). Om dit te vermijden, moeten de medeschuldenaars en/of borgstellers een verzoek richten aan de rechtbank, waarbij gevraagd wordt om ook het voordeel te genieten van de bescherming. Dit kan toegekend worden indien de rechtbank vaststelt dat het bedrag van de persoonlijke zekerheid kennelijk onevenredig is met de mogelijkheid om de schuld af te betalen, rekening houdend met de roerende en onroerende goederen en inkomsten van de borgsteller. De rechtbank zal dan eveneens aan de medeschuldenaar opschorting verlenen (artikels 2043bis tot 2043octies Burgerlijk Wetboek).

Echter, na de periode van de opschorting kunnen de schuldenaars zich opnieuw volledig richten tot de kosteloze borgsteller. Die borgsteller wordt niet bevrijdt van zijn verplichtingen (en dit in tegenstelling tot de regeling omtrent borgstelling in de Faillissementswetgeving) en het reorganisatieplan komt niet ten goede aan borgen en medeschuldenaars.

Als borgsteller blijft u dus risico lopen wanneer een onderneming in moeilijkheden verkeert. Om professor-emeritus Christian Engels te citeren: "Stel u nooit borg!" Of denk alvast meerdere keren na...

Disclaimer
Bij onze adviezen baseren wij ons op de huidige wetgeving, interpretaties en rechtsleer. Dit verhindert niet dat de administratie deze kan betwisten of dat bestaande interpretaties kunnen wijzigen.
Jan Dermaux
Jan Dermaux
Jonathan Schuermans
Jonathan Schuermans