x
OPGELET! Het kantoor in Deinze is verhuisd naar Gent! Vanaf 15 februari 2017 verwelkomen wij u op onze nieuwe locatie in de Bijenstraat 22, 9051 Gent.
x

De tax shelter anno 2015

Dit artikel werd geschreven door Dries Torreele.
Contacteer ons voor meer info op contact@vandelanotte.be.
In 2003 werd de eerste tax shelter regeling geïntroduceerd. Deze fiscale maatregel had concreet tot doel de filmindustrie te ondersteunen met financiering vanuit de private sector en was ook snel succesvol. Sinds 2003 is er immers een sterke stijging van het aantal Belgische filmproducties.  

Onder deze regeling werd een deel van de investering verschaft onder de vorm van een lening (maximum 40%) en voor het overige deel (minstens 60%) verwierf de investerende vennootschap rechten in de productie. In ruil voor deze financiering verkregen de investeerders een fiscaal voordeel ten belope van 150% van het geïnvesteerde kapitaal. Concreet kon een vrijgestelde reserve worden aangelegd die vervolgens onvoorwaardeljk en definitief vrijgesteld werd afhankelijk van het verkrijgen van attesten van zowel de Vlaamse (Franse of Duitse) Gemeenschap als de belastingadministratie uiterlijk binnen de 4 jaar na afsluiting van de raamovereenkomst.  

Mathematisch kon dus een belastingbesparing van ongeveer 51% van het geïnvesteerde bedrag gerealiseerd worden (rekening houdend met het tarief in de vennootschapsbelasting van 33,99%). Praktisch werd dit gerealiseerd door de vrijgestelde reserve om te zetten naar een belastbare reserve en dit vervolgens te neutraliseren door een verhoging van de begintoestand der belaste reserves.  

De toekenning van rechten in commerciële producties leidde echter in de praktijk tot toepassing van onrealistische rendementen en dit had vervolgens ook zijn impact op de producties zelf die hierdoor minder middelen ter beschikking kregen. Om een halt toe te roepen aan deze praktijken werd de tax shelter-wetgeving middels de wet van 12 mei 2014 grondig gewijzigd. Vooraleer deze nieuwe regeling kon toegepast worden moest door de Europese Commissie echter nog worden beoordeeld of deze maatregel geen verboden staatssteun uitmaakte, wat intussen is gebeurd. De nieuwe wetgeving vindt concreet toepassing voor raamovereenkomsten die vanaf 1 januari 2015 worden ondertekend. Het is dus perfect mogelijk om in een gebroken boekjaar met de twee tax shelter-regimes geconfronteerd te zijn.  

Tax shelter-attest

Onder de nieuwe regeling wordt de nadruk expliciet gelegd op het verkrijgen van het zogeheten tax shelter-attest en het fiscale voordeel dat hieraan verbonden is. Er worden geen rechten meer toebedeeld aan de investeerder in de filmproductie en er is geen toekenning meer van een lening. In die zin hangt het rendement van de investering nu volledig af van de fiscale vrijstelling die wordt verkregen en een strikt bepaalde interestvergoeding.  

Het attest wordt op verzoek van de productievennootschap afgeleverd door de FOD Financiën (en dus niet meer door de gemeenschap) en de overdracht van dit attest naar de investeerder(s) moet nog in dezelfde maand van deze overdracht worden gemeld zowel aan de FOD Financiën als aan de investeerder(s). Om de fiscale vrijstelling te verkrijgen moet de investeerder uiterlijk op 31 december van het vierde jaar volgend op het jaar waarin de raamovereenkomst wordt getekend het tax shelter-attest hebben ontvangen. De belastingplichtige moet een kopie van het attest bijvoegen bij de aangifte in de vennootschapsbelasting.  

Indien niet aan deze voorwaarden kan worden voldaan zal de aangelegde belastingvrije reserve belastbare winst vormen voor het belastbaar tijdperk tijdens hetwelk het attest uiterlijk kon worden afgeleverd. Bovendien zijn ook nalatigheidsinteresten verschuldigd vanaf 30 juni van het jaar dat volgt op het jaar voor hetwelke de vrijstelling voor de eerste keer werd gevraagd.    

Fiscale vrijstelling  

Wanneer de raamovereenkomst wordt gesloten kan in de vennootschap een belastingvrije reserve worden geboekt ten belope van 310% van de sommen waartoe de investeerder zich verbonden heeft en voor zover deze sommen ook effectief zijn gestort geweest binnen de 3 maanden na ondertekening. Deze voorlopige vrijstelling wordt toegekend specifiek voor het belastbaar tijdperk waarin de raamovereenkomst werd getekend.  

Net zoals in de oude tax shelter-wetgeving is deze voorlopige vrijstelling aan een beperking onderworpen in die zin dat maximaal de helft van de totale belastbare gereserveerde winst in aanmerking komt vóór aanleg van de tax shelter-reserve en dit voor maximum 750.000 EUR. Als er in een belastbaar tijdperk onvoldoende winst werd gegenereerd om de betaalde sommen in het kader van de raamovereenkomst aan te wenden, kan de niet verleende vrijstelling nog steeds worden overgedragen naar de volgende belastbare tijdperken.  

Bovendien moet de voorlopige vrijstelling ook worden beperkt tot 150% van de uiteindelijk verwachte fiscale waarde van het tax shelter-attest. De waarde van het attest is afhankelijk van de productiekosten die in België worden uitgegeven. Er wordt enkel een attest afgeleverd voor 70% van de (on)rechtstreekse productiekosten en van deze 70% moeten minstens 90% uitgegeven worden in België. Op hun beurt moet 70% van deze 90% uitgaven beteffen die rechtstreeks verbonden zijn met de productie. In de mate dat hier niet aan wordt voldaan zal de waarde van het attest dalen.  

Het zal van niet onmiskenbaar belang zijn om deze fiscale waarde op voorhand zorgvuldig te bepalen. Enerzijds voor de investeerders, want indien deze waarde wordt overschat zal uiteindelijk blijken dat teveel winst werd vrijgesteld, die vervolgens belastbaar zal worden. En zoals eerder gesteld in dit artikel zullen ook nalatigheidsinteresten verschuldigd zijn. Anderzijds ook voor de producenten, want deze waarde bepaalt welk gedeelte van de productie exact gefinancierd kan worden via de tax shelter (150/310 = 48,39%).  

Interest  

Aangezien er een bepaalde periode verstrijkt tussen het effectief betalen van de sommen en het verkrijgen van het attest kan voor een periode van maximum 18 maanden een interest worden toegekend door de productievennootschap. De maximumrente die hier kan worden toegepast wordt wettelijk beperkt tot het gemiddelde van EURIBOR 12 maanden van de laatste dag van elke maand van het kalenderhalfjaar dat voorafgaat aan de betaling, verhoogd met 450 basispunten.  

Vergelijking  

Het weze interessant met bovenstaande informatie eens een vergelijking te maken naar rendement toe aan de hand van de principes die gelden voor de oude tax shelter en de tax shelter anno 2015. In ons voorbeeld besluit vennootschap X een tax shelter investering van 100.000 EUR te verrichten. Voor redenen van vergelijking wordt hier gerekend over een periode van 12 maanden.  

a)   
De oude tax shelter  
Maximaal 40% (40.000 EUR) van de investering werd beschouwd als een lening aan de productievennootschap. De overige 60% (60.000 EUR) werd aanzien als rechten in de commerciële productie.  
In eerste instantie werd het gedeelte dat de lening besloeg (in casu 40.000 EUR) volledig terugbetaald. Echter, op deze lening kon ook een rente worden toegekend. Indien we veronderstellen dat deze voor één jaar werd toegekend tegen een tarief van 5,35% bruto (3,53% netto), dan genereert dit voor de vennootschap een nettorente van 1.412 EUR (= 1,41% op het totale geïnvesteerde bedrag).   In tweede instantie kan de vennootschap X genieten van het fiscale voordeel en wordt een belastingbesparing gerealiseerd van 51.000 EUR (33,99% van 150.000 EUR).
Ten derde werd in de meeste gevallen nog een put-optie gegeven aan de investerende vennootschap. Middels deze put-optie kon de investeerder zijn rechten op de inkomsten van de productie verkopen aan de producent. Als de investeerder echter meende dat het audiovisuele werk op zich voldoende inkomsten zou genereren kon deze ervoor opteren de optie toch niet te lichten. Rekening houdend met de rulingpraktijk die een minimum gewaarborgd rendement van 4,52% op jaarbasis toestaat zou hier een vergoeding wegens uitoefening van de putoptie van 12,11% van het geïnvesteerde bedrag kunnen toegepast worden.  

Samengevat kon vennootschap X hier dus recupereren : 40.000 EUR (lening), 1.412 EUR (interest), 51.000 EUR (belastingbesparing) en 12.110 EUR (put-optie). In totaal werd in dit geval 104.522 EUR gerecupereerd van de investering van 100.000 EUR. Het gegarandeerd rendement van 4,52% dat hier werd gerealiseerd kan echter in de praktijk nog hoger liggen indien de put-optie niet wordt uitgeoefend en de film hoge inkomsten genereert.  

b)   
De tax shelter anno 2015  
Onder de nieuwe regeling wordt zoals gesteld geen opsplitsing meer gemaakt tussen lening en kapitaal. Het rendement moet in casu volledig worden gerealiseerd door de belastingbesparing en de ontvangen interest.   De investering van 100.000 EUR wordt vrijgesteld voor 310%. Rekening houdend met het tarief in de vennootschapsbelasting van 33,99% leidt dit tot een belastingbesparing van 105.369,00 EUR (33,99% van 310.000 EUR).  

Als daarnaast de maximum toepasbare interestvoet wordt toegepast voor een betaling verricht in maart 2015 (4,81%) wordt een bruto-interest ontvangen van 4.810 EUR, die na vennootschapsbelasting netto 3.175,10 EUR bedraagt.   Samengevat kan vennootschap X dus recupereren : 105.369,00 EUR (belastingbesparing) en 3.175,10 EUR (interest). In totaal wordt in dit geval dus 108.544,10 EUR gerecupereerd wat een rendement van 8,54% betekent.  

Mag hieruit de conclusie getrokken worden dat de nieuwe tax shelter in elk geval voordeliger is dan de oude? Neen, onder de oude regeling werd slechts 150% van het geïnvesteerde bedrag geboekt als een vrijgestelde reserve, terwijl dit nu 310% bedraagt. Dit betekent dus ook dat de impact kleiner kan zijn voor vennootschappen die onderworpen zijn aan het verlaagd opklimmend tarief in de vennootschapsbelasting. Een lager tarief zal immers leiden tot een verminderde recuperatie via belastingbesparing waardoor het rendement zal dalen. Bovendien kan de fiscale waarde van het attest uiteindelijk lager uitvallen waardoor ook in dat geval de belastingbesparing daalt én bijkomend nalatigheidsinteresten verschuldigd worden.  

Garanties  

Onder de oude regeling bestond de mogelijkheid voor de producent om het risico tot niet-terugbetaling van de lening (40%) en de interesten erop af te dekkken middels een bankgarantie. De producent nam met andere woorden dit risico ten laste. Het eventuele verlies van de fiscale vrijstelling en de betaling van de uitgeoefende put-optie konden daarentegen niet gewaarborgd worden.   In het nieuwe artikel 194ter § 11 WIB92 staat duidelijk gestipuleerd dat de producent wel een waarborg kan verstrekken voor het voltooien van het werk en de aflevering van het tax shelter-attest, doch onder die voorwaarde dat de investeerder niet meer kan recupereren dan het bedrag van de belastingen en de moratoire interesten.  

Erkenning  

Een andere grondige wijziging is het feit dat voortaan zowel de productievennootschappen als de tussenpersonen erkend moeten zijn door de Minister van Financiën. Er was immers een wildgroei aan intermediairen ontstaan die tegen een vergoeding raamovereenkomsten onderhandelden met investeerders. Onder het nieuwe regime worden ook deze spelers nu aan een procedure onderworpen vooraleer te mogen interveniëren bij het onderhandelen en afsluiten van de raamovereenkomst. Zo moeten zij een erkenningsaanvraag indienen met onder andere een organigram indien zij verbonden zijn met andere vennootschappen in de zin van de artikelen 11 en 12 W.Venn en moet een engagement worden aangegaan dat de tax shelter-wetgeving zal worden nageleefd. De Minister heeft vervolgens 30 kalenderdagen de tijd om een beslissing te nemen. Een erkenning wordt intiteel toegekend voor onbepaalde duur. Indien er onregelmatigheden zijn vastgesteld kan de erkenning worden geschorst en is voorzien in een termijn om deze onregelmatigheden recht te zetten. Een nieuwe erkenning kan vervolgens worden verkregen, doch dit keer voor een periode van 3 jaar die opnieuw verlengd kan worden. 

Er wordt tevens een lijst gepubliceerd op de website van de FOD Financiën waarop alle in aanmerking komende productievennootschappen en tussenpersonen worden gepubliceerd. Daarnaast worden de aanbieder ook expliciet onderworpen aan de prospectuswet waardoor een prospectus voorhanden moet zijn vooraleer het product openbaar aangeboden kan worden aan investeerders.   

Conclusie  

Het is duidelijk dat in hoofde van de investeerders het zwaartepunt van de tax shelter investering volledig is verschoven naar de belastingvrijstelling en het hiervoor benodigde fiscale attest. Daar waar voorheen een groot deel van de investering gerecupereerd moest worden rechtstreeks bij de producenten is de rechtstreekse financiële band tussen investeerder en producent nu quasi volledig doorgeknipt. Onrechtstreeks zal het uiteraard nog steeds van groot belang zijn dat de productiekosten én de uitgave ervan goed worden ingeschat. Dit teneinde bij aflevering van het fiscaal attest niet geconfronteerd te worden met ongewenste fiscale implicaties.

Dit artikel werd geschreven door

Meer nieuws

Facultatief regime voor btw-belaste onroerende verhuur
recent inzicht

Facultatief regime voor btw-belaste onroerende verhuur

Onroerende verhuur in de vastgoedsector is in België principieel vrijgesteld van btw. Het begrotingsakkoord van de federale regering van 26 juli 2017 voorziet in een optioneel stelsel voor een btw-belaste onroerende verhuur.

De verrekening van Amerikaanse bronheffing kan u veel geld besparen
recent inzicht

Zo bespaart u geld dankzij de verrekening van de Amerikaanse bronheffing

Wist u dat een Belgische vennootschap de ingehouden Amerikaanse bronheffing (of withholding tax) op dividenden kan verrekenen met de Belgische vennootschapsbelasting?

Steeds meer CEO's worden het slachtoffer van fraude
recent inzicht

Steeds meer CEO's worden het slachtoffer van fraude

De voorbije maanden werden steeds meer bedrijven het slachtoffer van een geavanceerde vorm van fraude, de zogenaamde CEO-fraude.

Zomerakkoord: dit zijn de fiscale gevolgen
recent inzicht

UPDATE | Dit zijn de fiscale gevolgen van het zomerakkoord

Vorige week kon de regering Michel na lang onderhandelen eindelijk een begrotingsakkoord sluiten. Wij zetten de aangekondigde fiscale maatregelen van het zomerakkoord voor u op een rij.

Belastingvermindering dakisolatie: aandacht voor verhoogde R-waarde!
recent inzicht

Belastingvermindering dakisolatie: aandacht voor verhoogde R-waarde!

Het Vlaamse Gewest heeft de belastingvermindering voor dakisolatie afgeschaft vanaf aanslagjaar 2018. Er is echter wel voorzien in een overgangsmaatregel.

Volledig overzicht>
Vandelanotte Aalst
AalstGentse Steenweg 55
T: +32 53 72 95 00
Vandelanotte Antwerpen
AntwerpenHerentalsebaan 71-75
T: +32 3 320 97 97
Vandelanotte Brugge
BruggeTorhoutse Steenweg 250
T: + 32 50 39 28 75
Vandelanotte Brussel
BrusselEsplanade 1/85
T: +32 2 427 44 53
Vandelanotte Gent
GentBijenstraat 22
T: +32 9 381 51 81
Vandelanotte Kortrijk
KortrijkPresident Kennedypark 1a
T: + 32 56 43 80 60
Vandelanotte Tournai
TournaiAvenue de Maire 101
T: +32 69 22 64 95
Zele
ZeleNachtegaalstraat 8/w5
T: +32 52 21 85 07
Menu
Taalkeuze
nlfren