Naast de tal van fiscale maatregelen betracht het regeerakkoord een antwoord te bieden aan tal van uitdagingen waarmee ons land de komende jaren zal worden geconfronteerd. We denken hierbij onder meer aan de aankomende vergrijzing en de hogere levensverwachtingen. Deze uitdagingen zullen onze sociale zekerheid zwaar onder druk zetten en potentieel de betaalbaarheid van ons sociaal model in het gevaar brengen.
Met de genomen maatregelen zijn er in eerste instantie dan ook in hoofdorde op gericht om de beroepsbevolking in sterke mate te activeren. In deze bijdrage gaan we dan ook dieper in op de belangrijkste maatregelen die op dit vlak werden overeengekomen:
1. WETTELIJK PENSIOEN
1.1 Vervroegd pensioen
De minimumleeftijd en de vereiste loopbaan om met vervroegd pensioen te gaan wordt geleidelijk opgetrokken waarbij tegen 2016 de minimumleeftijd op 62 jaar met een beroepsloopbaan van 40 loopbaanjaren zal komen te liggen (mits uitzonderingen voor personen met lange beroepsloopbanen).
1.2. Werken na pensionering
Voor wie pensioen geniet maar ouder is dan 65 jaar zal onbeperkt kunnen bijverdienen op voorwaarde dat de gepensioneerde een beroepsloopbaan heeft van 42 jaar.
Voor alle anderen blijft het huidig systeem behouden. De grenzen zullen echter voortaan geïndexeerd worden. Bij een overschrijding van de grenzen van meer dan 15% zal niet langer het volledige pensioen voor dat jaar dienen te worden terugbetaald. De terugbetaling zal beperkt zijn in verhouding van de overschrijding.
1.3. Overlevingspensioen
Mensen die hun partner verliezen zullen voor een beperkte periode een 'overgangsuitkering' ontvangen. De duur van deze uitkering zal afhangen van de leeftijd, het aantal kinderen of het aantal jaren dat men gehuwd of wettelijk samenwonend was. Na afloop van het overgangsrecht zullen deze mensen onmiddellijk toegang hebben tot de werkloosheid waar een aangepaste begeleiding zal voorzien worden.
1.4. Pensioenbonus
De pensioenbonus wordt vanaf 1 januari 2013, na evaluatie, verlengd.
2. BRUGPENSIOEN
Op vlak van het brugpensioen leeft bij velen de perceptie dat dit een alternatieve vorm van vervroegd pensioen betreft. Om hieraan een antwoord te bieden wijzigt de naam van brugpensioen naar 'werkloosheid met bedrijfstoeslag'.
Ook de voorwaarden om met brugpensioen te gaan zullen sterk wijzigen. Het zal in de toekomst slechts mogelijk zijn om met brugpensioen te gaan vanaf 60 jaar na een loopbaan van 40 jaar. Er zal echter een overgangsperiode worden voorzien voor vrouwen. Tegen uiterlijk 2014 zal worden beslist om de brugpensioenleeftijd desgevallend tegen 2020 verder op te trekken naar 62 jaar.
Deze wijziging zal van toepassing zijn voor alle nieuwe CAO's afgesloten na 1 januari 2012. Voor de lopende en de hernieuwde CAO's zullen de nieuwe voorwaarden gelden vanaf 1 januari 2015.
Voor ondernemingen in moeilijkheden zal de afwijkende minimumleeftijd in 2012 op 52 jaar komen om jaarlijks met 6 maanden te worden verhoogd tot 55 jaar in 2018. Voor ondernemingen in herstructurering zal de afwijkende leeftijd reeds in 2013 op 55 jaar komen. Onder bepaalde voorwaarden zullen ondernemingen in herstructurering kunnen worden gelijkgesteld met een onderneming in moeilijkheden.
Daarenboven zullen vanaf 2012 er niet meer kunnen in gestapt worden in de regeling van halftijds brugpensioen.
Tot slot zullen ook de patronale bijdragen betreffende brugpensioen en pseudo-brugpensioen (de zogenaamde 'Canada Dry-regelingen') worden aangepast rekeninghoudende met de leeftijd van de bruggepensioneerde.
3. TIJDSKREDIET
3.1. Niet-gemotiveerd tijdskrediet
Een werknemer zal nog voor het equivalent van maximaal 1 voltijds jaar ongemotiveerd tijdskrediet kunnen opnemen (hetzij 1 jaar voltijds, 2 jaar halftijds of 5 jaar 1/5de). Deze periode zal niet langer door de sectoren kunnen worden uitgebreid.
Om aanspraak te kunnen maken op ongemotiveerd tijdskrediet zal de werknemer 5 beroepsloopbaanjaren moeten kunnen aantonen waarvan 2 jaar bij zijn huidige werkgever.
3.2. Gemotiveerd tijdskrediet
Het gemotiveerd tijdskrediet kan voor maximaal 3 jaar over de ganse loopbaan, ongeacht het stelsel.
Het tijdskrediet voor oudere werknemers zal pas mogelijk zijn vanaf 55 jaar met als loopbaanvoorwaarde 25 jaar (uitzonderingen worden voorzien voor zware beroepen die knelpuntberoepen zijn).
Het ouderschapsverlof wordt overeenkomstig Europese regelgeving tegen uiterlijk maart 2012 uitgebreid van 3 naar 4 maanden.
4. VARIA
Naast de grote sociale hervormingen die op stapel staan, werden ook tal van (kleinere) maatregelen opgenomen in het regeerakkoord. De mist rond de gevolgen van vele van deze maatregelen is slechts langzaam aan het optrekken. Van zodra er meer duidelijkheid is over de concrete invulling van tal van deze maatregelen, houden wij u uiteraard verder op de hoogte.
Toch willen wij u ook deze maatregelen niet onthouden:
4.1. Op vlak van de koopkracht
4.2. Tewerkstelling oudere werknemers
4.3. Hervorming van de werkloosheidsreglementering
4.4. Loonkostverminderingen
4.5. Sociale fraude
4.6. Overige maatregelen
Anneleen Wydooghe - Manager Tax & Legal
Kristof De Boever - Partner, Business Developer
contact@vdl.be
Vandelanotte 2012 | disclaimer | sitemap | site by celcius.be